Midzomerkerstnachtverhaal
14 juni 2000

Het was nacht. Een echte, ouderwets warme midzomerkerstnacht. Lag nogal te woelen in mijn lits-jumeauxformaat kribbe. Kan nooit zo goed slapen in warme kerstnachten. Dom-melde toch nog wat in, tot, opeens was daar dat licht. Stralend licht. Nog nooit zo’n licht gezien (en ik heb wat lichten gezien).

Vroeg nog “kan dat licht misschien wat minder?” maar natuurlijk niet, dat licht kon niet minder want het mocht niet minder. Ik moest dat licht zien. Van alle mensen in heel Spijkenisse en misschien wel tot aan Hekelingen of zelfs halverwege Simonshaven, moest ik, en ik alleen, degene zijn die dat licht zou zien.

Begreep er helemaal niets van. Wat maakte mij dan zo bijzonder? Oké, ik kon niet slapen, maar er moest toch een betere reden te bedenken zijn? Toch niet. Er was namelijk meer dan alleen een licht. Er was ook nog een stem. Die stem vertelde mij dat ik moest luisteren. “Kan ik ook zonder licht” wierp ik tegen. “Tuurlijk” zei de stem zacht, “maar dan zie ik niet of je me snapt terwijl je luistert”. “O”, zei ik, zo intelligent mogelijk.

Trapte de stem natuurlijk niet in. Had ook niet voor niets het licht aangedaan. “Niets te O-wen zei ie. Luister, want ik breng je het nieuws”. Even was het stil. “Ik breng je de WAARHEID” zei de stem weer. “Oude krant”, zei ik. “Twintig jaar na de oorlog opgedoekt door de communisten. Zelfs zij geloofden de waarheid niet meer. Volgens mij was Corry Brokken ook al gestopt met zingen”. “Tsjongejonge wat een geheugen” hoorde ik. “Als je geen nieuw nieuws hebt ga ik toch maar liever slapen” zei ik.

“Je snapt het echt niet” vervolgde de stem. “Volgens mij is je I.Q. maar nauwelijks hoger dan dat van de bovenmodale intellectueel”. “Is dat mijn schuld?” vroeg ik bedremmeld, mezelf ietwat ongemakkelijk voelend. “En ben ik dan ook al verantwoordelijk voor mezelf?” En ja hoor, daar had hij me. Muurvast. Niet aan te ontkomen. “Je bent een zorgelijk type, je wilt altijd voor alles en iedereen zorgen, en, als je voor de rest van Spijkenisse wilt zorgen moet je eerst zélf eten” sprak mijn plaaggeest van deze nacht.

Aan dat soort wijsheid was ik niet gewend. Maakte me toch nieuwsgierig. “Oké”, hoorde ik mezelf zeggen. “Wat is dan wel jouw boodschap”? “De hockeyvereniging, het gaat om de hockeyvereniging van Spijkenisse”. Aha, daar kwam een aap uit een mouw. Besloot me nog wat langer dom te voor te doen. “En wat is er dan wel met de hockeyverenigingSpij-kenisse?” vroeg ik. “Luister jochie, ‘t gaat wel goed, soms fantastisch, dan weer heel erg matig, maar, het moet verdomme beter. Niet gewoon beter maar veel beter. En, jij, jij, jij gaat er voor zorgen dat het beter gaat”.
Niets nieuws dus. Weer iemand die geen “U” kon zeggen. “Stel je voor dat ik zoiets zou willen, of, sterker nog dat ík dat zou willen?” vroeg ik. “Niks willen” schreeuwde Jakkes. “ Ho, stop en even dimmen!” riep ik nog iets harder. ‘k Werd dat spook een beetje zat. Beestje moest maar eens een naam hebben. Haalde me verdomme uit mijn onrustige schoonheidsslaap en was zo halverwege midden de nanacht met zijn geschreeuw bezig mij langer wakker te houden dan mijn baas midden op de dag.

Jakkes. Hij moest Jakkes heten, en Jakkes zou hij heten. “Jakkes” zei ik, “t is zomer , ’t is kerst en ’t is nacht. Sterker nog ’t is midzomerkerstnacht Jakkes! De allereerste eerste midzomerkerstnacht in de geschiedenis van het noordelijk halfrond, en als jij zo doorgaat ben ik straks klaar wakker, en, als ik klaarwakker ben dan ben jij nog niet jarig, Jakkes. Dus, als ik gelijk heb dan denk ik dat jij denkt dat ik de wereld in Spijkenisse kan redden”.

”Ah”, zei Jakkes, inziend dat ik volgens mijzelf redelijk begon te denken. “Je hebt gelijk als je denkt dat ik dat denk. En nu je toch zover bent dat je dat denkt, weet ik behoorlijk zeker dat je gaat inzien wat er in Spijkenisse nodig is om van de hockey-verenigingSpijkenisse een echt grote club te maken”. Zucht. “Jakkes”? Vroeg ik, “als je die lamp van jou nu even uit zou willen doen, plus nog wat minuten met die stem niet door mijn hoofd zou willen spoken, dan bestaat er een kans dat ik het echte licht gaat zien”.

Nooit geweten dat de wereld ’s nachts zo donker kon zijn. Alleen was ik. Helemaal alleen, met alleen de hele wereld om me heen. Lag wat te staren. Voelde me wat stuurloos. Stuurloos? Dat was het. Stuurloos. De hockeyverenigingSpijkenisse werd stuurloos.
We hadden een stuur nodig. Niet zo maar een stuur, nee, een be-stuur. Een echt bestuur.

Dat hadden we nodig. Geen interims die waarnemers waarnemen -en daar ongelooflijk veel tijd instoppen-, maar een bestuur dat met nieuwe frisse ideeën een nieuwe lijn uit zou gaan stippelen. Een nieuw bestuur. “Jakkes, ik heb het”, zei ik. Een nieuw bestuur. “Halleluja”, zei mijn spook voor deze nacht. “ ‘k Wist het. Echt ik wist het. We zijn eruit”. “Ho even, volgens mij moet je daarvoor nog mensen vragen”, dacht ik hardop. “Zo’n driehonderd-en-vijftig leden, en dan moet je mensen vragen om te willen besturen”, vroeg Jakkes ongelovig? “Gewoon een kwestie van goed en zo diep mogelijk nadenken, en dan weet je gewoon wie er geschikt c.q. zeer geschikt c.q. buitengewoon geschikt c.q. buitengewoon zeer geschikt is om in het bestuur plaats te nemen”.

Die Jakkes toch. Was de wereld maar zo simpel. Hoe bouw je nu een nieuw bestuur op? Waar begin je dan mee?Een voorzitter? Hé! Een voorzitter! Ik had een begin. We hadden een voorzitter nodig. Wie? Wie zou er nu een goede voorzitter kunnen zijn? Staren in het donker. Koste me mooi mijn nachtrust. “Laat dat licht nu uit”, zei ik tegen mijn vrouw, die in diepe slaap en luid snurkend zich absoluut niets van de hele problematiek waar haar buitengewoonzeergeliefde man zich deze nacht mee bezig moest houden aantrok.

“Aspirines zijn beneden”, snurkte ze. “Breng er voor mij dan ook twee mee”, vroeg Henk? Henk? Nu zag ik het. Het was geen gewoon licht. Het was Henk in de duisternis. Henk! Henkie! Henkie van de Maasboulevard! Ik had een nieuwe voorzitter. “Henkie, jongen”, zei ik, “jij wordt de nieuwe voorzitter. Je bent niet zomaar gevraagd, je bent uitverkoren. Je hoeft alleen maar ja te zeggen en ik wijs jou je twaalf apostelen aan. Eer en glorie worden je deel en halverwege de kerstdagen in het jaar anno 3014 wordt jouw zaligverklaring een feit”.

“Moet ik dan” wilde mijn grote vriend nog tegenwerpen –hij is langer dan ik-, “nee”, onderbrak ik hem niet al te abrupt. “Je mag, moeten is heilig en dat duurt dus nog 1014 jaar, ons gaan leiden”. “Ajakkes”, zei Henk. “Wat is er” kwam Jakkes tussenbeide. “Mond houden Jakkes, het is nu mijn nacht geworden” snauwde ik vriendelijk.

“Henk, jongen, zeg het maar. Alles wat je wilt zal gebeuren. Als jij voorzitter wordt zal ik voortaan elke zondag thuis stofzuigen, ik scheer me elke dag, ga twee keer in bad, trek iedere dag schoon ondergoed aan, peuter niet meer aan mijn neus en zeg voortaan mijnheer tegen je”.

“Als ik voorzitter wordt dan wil ik zelf de rest van het bestuur kiezen” zei ie toen. “Prima” antwoordde ik. “In de Heren van II kun je de nieuwe penningmeester aanwijzen -moet toch op de centen gaan passen nu hij vader wordt- en verder heb je de vrije hand”. “Moet er nog even over slapen voordat ik wakker wordt” zei hij. “Welterusten jongen” sprak ik hem berustend toe. “Jakkes”, vroeg ik? “Wat vindt jij er van? Heb ik mijn best gedaan”? “Ledenadministrateurtje, knul, zoals gewoonlijk heb je jezelf weer eens overtroffen”.

“Mag ik dan ook nog even slapen, Jakkes”? “Dat had je gedroomd kerstmannetje. Je zult toch eerst nog een stukje moeten schrijven voor het clubblad”.

Doe ik morgen wel in de baas zijn tijd.

Dit bericht is geplaatst op 14 juni 2000 om 17:53 in de categorie Administrateur.
Je kunt reacties op dit bericht volgen via de RSS 2.0 feed.
Je kunt naar het eind van dit bericht gaan en een reactie schrijven.
Pingen is momenteel niet toegestaan.

Schrijf een reactie