Brief aan de directeur,
27 oktober 1998

Beste Cees,

Fantastisch, de manier waarop je de sector R.O.B de afgelopen periode verkoopt naar het bestuur en de medewerkers. Een stadsplan. Een sectorplan. Een sportdag op de agenda. Geweldig Cees. Uitleg over de stand van zaken op de afdelingen. Kan niet beter Cees.
Toch? Of wel?

Volgens mij wel Cees.
Volgens mij kan het veel beter Cees.
I have dreams Cees.
Ik droom wel eens dat onze sector uitstekend zou kunnen functioneren.
Daar zijn geen deskundige ad interims voor nodig Cees.

In één van mijn dromen kijk ik naar mijn collega’s. Ze zijn goed Cees. Veel beter dan steeds weer wordt gesuggereerd. Ongelooflijk veel kennis en ervaring. Vakidioten noemde jij ze.
Met die idioten bouwden we op een gegeven ogenblik ruim vijfentwintighonderd woningen in een jaar Cees. Nu krijgen we nauwelijks nog een simpel plannetje van de grond. Toch, wat we aan kennis nodig hebben is in huis. Wat is er dan mis? Veel! Waarom gaat er zoveel fout? De mensen zijn niet meer gemotiveerd. Hoogstens zestig procent rendement wordt geleverd van wat ze nog steeds kunnen. We speelden ooit eredivisie met dezelfde mensen Cees. Bovenaan draaiden we mee. Nu bengelen we onderaan in de eerstedivisie. Deugen deze mensen dan ineens niet meer? Kunnen ze het niet meer?
Echt wel! Maar, we hebben geen echte leiders meer Cees. Ze willen wel, maar ze stranden. Alle zeilen moeten ze bijzetten om niet zelf ten onder te gaan. Overleven komt voor hen op de eerste plaats. Er zijn er bij die niet eens weten waar hun mensen mee bezig zijn. Sterker nog, het is voorgekomen dat een leidinggevende naar de gezondheid kwam informeren van een collega. Die collega was ziek geweest en inmiddels al weer een week aan de slag. De chef had het niet eens gemerkt Cees. Hij had zijn bureau opgeruimd en vond toen een ziekmelding.

Een jubileum wordt alleen gevierd als je er zelf om vraagt. De leidinggevende(n) weten niets over hun medewerkers. Zelfs niet eens als er iemand bijvoorbeeld vijfentwintig jaar in dienst is.
De communicatie is praktisch nul. Cees, we voelen ons onbegrepen, ondergewaardeerd en in de steek gelaten. Daaraan kan jij met al je harde werken weinig veranderen. Niet zolang je al je informatie over onze organisatie van je naaste medewerkers blijft betrekken. Zij hebben er geen belang bij om de harde feiten op tafel te leggen.

Om zo goed als mogelijk te kunnen functioneren onder deze omstandigheden, moeten we onze superieuren passeren Cees.
Dat hoort niet? Nee, dat hoort niet. Maar we kunnen niet anders. Beslissingen worden niet op het niveau genomen waar het zou moeten. Het is de laag onder het leidinggevend personeel dat op de winkel past. Maar dat zeg je niet hardop. Niet als je een leidinggevende functie hebt. Dan informeer je de directeur over hoe de organisatie er uit zou moeten zien. Net als vijf jaar geleden.

Toen was jij er nog niet bij Cees. Daar had jij geen schuld aan. Maar nu ben je er wel. Hierna is het jouw organisatie. De juiste man op de juiste plaats. Dat zal niet meevallen. Daar heb je enorm veel mensenkennis voor nodig. Dan moet je echter je mensen ook kennen. Ken jij ze? Allemaal? Ook de idioten? En toch moet dat Cees. Het moet echt. Er is geen weg terug. Maar duik nu eens onder de oppervlakte. Het water is een stuk dieper dan je denkt. Onder die oppervlakte zitten mensen met geweldige kwaliteiten. Daar gebeurt het. Daar wordt het werk gedaan. Daar is een hoeveelheid kennis en ervaring aanwezig waar menig directeur jaloers op zou zijn.

Laatst had ik weer een droom Cees. Mijn superieur was mijn coach. Hij wist de mensen op de juiste plaats te zetten. Hij motiveerde ons. Haalde het beste uit ons. Gaf een pluim als we onze stinkende best hadden gedaan. We kregen op onze bliksem als het nodig was. Als we ziek of geblesseerd waren kwam hij langs. Of hij belde. We waren nodig in het team. Hij kon niet zonder ons. Eindelijk hadden we weer het gevoel dat we erbij hoorden. Dat we weer iets betekenden.
Hij informeerde naar ons gezin. Dat waren immers onze supporters. Een goede coach weet hoe belangrijk supporters zijn. Hij kende ze allemaal. We gingen voor hem Cees. Klommen weer omhoog, naar de eredivisie, waar we thuis hoorden. We werden kampioen. Gingen weer op het hoogste niveau meedraaien.

Soms droom ik Cees. Dan droom ik dat dromen geen bedrog zijn.

T©n van Dongen

Dit bericht is geplaatst op 27 oktober 1998 om 17:21 in de categorie Algemeen.
Je kunt reacties op dit bericht volgen via de RSS 2.0 feed.
Je kunt naar het eind van dit bericht gaan en een reactie schrijven.
Pingen is momenteel niet toegestaan.

Schrijf een reactie