Vakantie 2007,
14 juni 2007

Zo, we gaan weer. Gaan dit jaar maar een paar dagen eerder met vakantie, kan het niet aanzien dat Feijenoord zevende of achtste gaat worden. Gaan richting Spanje en Portugal. Dus, zaterdag de achtentwintigste april lekker op weg. Kilometerteller geeft 90.484 km aan, en als we terug komen zal er ca. 10.000 bij gekomen zijn.

Alleen jammer dat je altijd door België en Frankrijk moet om in Spanje te komen. Stomme Belgen. Sta je in een file bij Antwerpen wegens werkzaamheden in de JFK tunnel. Kost je een uur, en in de tunnel kun je zo hard rijden als je maar wilt. Is gewoon niemand bezig!

Belgen werken niet. Zeker niet in het weekend. Staat iedereen gewoon te wachten voor een open brug die niet open is? Of een tunnel die gewoon drie rijstroken heeft die gesloten zouden moeten zijn, maar gewoon drie stroken breed te berijden zijn? Heb niets met Belgen.
Komen daarna gelukkig redelijk snel aan bij de grens naar Frankrijk. Heerlijke mensen. Bienvenue en France staat er op een groot bord als je Frankrijk binnen wilt. Betekent welkom in Frankrijk geloof ik. Zijn er zo blij dat je op visite komt dat ze van pure vreugde alle grenspassages op één na dicht gooien. Controle dus.
De paspoorten en bewijzen van goed gedrag op schoot, kijken ze je niet eens aan als je langs rijdt? Wat een klotehaantjes!

Is dan nog maar een stukje naar Boulogne-la-Grasse. Een stad met driehonderd inwoners. Onze eerste stop. Een heel erg mooi gelegen camping. Merkt er helemaal niets van de geluiden van een grote stad. Het Tomtommetje stuurde ons via de snelste route over een landweggetje dat smaller was dan de caravan, maar wel naar de goede plaats.
De achterkant van de camping. Wel horen we de kerkklok, die elk uur ongeveer de tijd slaat. Maar ja, de meeste Fransen hebben tijd nodig om na te denken en zodra ze het geluid van de klok verwerkt hebben klopt het. Duurt ongeveer twee minuten. Sanitair is uitstekend. Ruikt precies wat je voorganger heeft geproduceerd. Douche is wel prijzig, voor één euro per persoon mag je zes minuten douchen. Mag langer als je van een koude douche houdt.

Op zondag houden we rust. Gaan dicht in de buurt even neuzen en komen in Montdidier uit. Wat boodschappen gehaald en op tijd terug om het voetballen te volgen. Word PSV gewoon toch nog kampioen! Op doelsaldo, maar ook dan wordt je dus kampioen. Moet het echt van de Rotterdammers hebben!
Riekie krijgt een verhouding met zes kippen. Geeft hen het stokbrood dat over was aange-zien het niet om te eten was en ze kan geen kwaad meer doen. Maandag gaan we door, hoor dat het in de nacht ongelooflijk heeft geonweerd, maar ja, als ik slaap dan gaat er wel eens iets langs me heen. Heb er niets van gemerkt.

Merk er wel iets van als we maandag 30 april 2007 op de volgende camping staan in Nouazon!!!!!!!!!! In de middag gaat het onweren, en regen en hagelstenen krijgen we gratis, alleen, het voorste dakluik blijkt te lekken. Laat dat nu precies boven het bed zitten, en dus boven mij, kan dus niet blijven.
Snap ik niet, had het thuis goed uit elkaar gehaald om schoon te maken, en het kan toch niet zo zijn dat ik het niet goed in elkaar heb gezet? Wel dus! Sta ik tussen twee buien in op dak het luik te repareren. Is wel dicht blijkt na de volgende bui.
Zet ook de caravan nog even tien meter achteruit want die ene boom ligt dwars bij de ontvangst van radio en tv.

Nouazon blijkt een klein plaatsje waar weinig te doen valt. Heeft een prima camping, met zeer ruime plaatsen, maar is toch eigenlijk een doorgangscamping. Biedt uitstekende voorzieningen waaronder één toilet, maar er is verder toch niemand, dus, kunnen altijd terecht.
Dinsdag 1 mei rijden we een beetje door de omgeving. Zien onderweg nog een hertje de weg oversteken en het leven is mooi. Moeten wel wat rondrijden, want 1 mei is een nationale feestdag in Frankrijk. Op de dag van de arbeid wordt er niets gedaan en is alles gesloten. In het naburige dorpje doen ze dat heel letterlijk. De halve bevolking zit slapend te genieten van een viswedstrijd.

Groot feest. Zien onder het rijden ook nog heel wat families die proberen wat plantjes te verkopen aan voorbijgangers. Zitten met een paar mensen achter een tafeltje te wachten op klanten die waarschijnlijk zitten te vissen. Schijnt traditie te zijn. Verkopen geen moer, en ook dat is traditie. Leren het nooit.
Terug op de camping ziet het ernaar uit dat het weer gaat regenen. Klopt. Als ik na het regenen de dissel open doe, blijkt alles volgelopen te zijn met water. Schijn ik de rubber disselafsluiting verkeerd te hebben aangebracht. Had het er voor de vakantie afgehaald omdat ik een nieuw wilde, maar bleek niet zomaar te koop. Bestellen we wel na de vakantie, maar bij het terugplaatsen bleek ik het binnenstebuiten gedaan te hebben. Nou ja, moet kunnen. Binnen vijf minuten zat het goed en kunnen we weer tegen een stootje. Een dag later is alles trouwens weer droog.

Op woensdag 2 mei gaan we door richting Sussat. Een kleine camping even boven Clermont-Ferrand, beheerd door Nederlanders. Heel voorspoedige reis tot we bij de camping aankomen. Blijken de laatste 1300 m toch nog problemen te geven. Daar is het toegangspaadjetje veel smaller dan de caravan, maar het gaat prima tot we een bocht omhoog naar links moeten nemen.
Die bocht gaat van verhard naar onverhard met veel los steenslag, en halverwege die pok-kenbocht zien we tegenliggers aankomen. Zij kunnen niet achteruit, en wij al helemaal niet. Ik kan prima manoeuvreren met de combinatie, maar een haakse bocht achteruit, met vlak naast de wielen aan de ene kant een diepe greppel en de andere een hek is toch iets teveel van het goede. Moeten dus de caravan afkoppelen op een behoorlijk steil stukje weg onverhard/verhard in de bocht, en de tegenliggers willen helpen. Gaat uiteindelijk lukken door de mover aan te koppelen, en komen een half uur later op de camping.

Blijkt deze vol te zijn, maar we mogen in de speeltuin staan. Wil nog wel even tanken, want het lampje ging de laatste kilometers branden. Mijn Tomtommetje geeft aan dat op zeven kilometer een tankstation is. Klopt, na twintig kilometer en twee gesloopte stations vind ik bij een tankstation dat niet bestaat, volgens Tommie dan, brandstof en kunnen we weer achthonderd kilometer door.

De volgende morgen krijgen we na het vertrek van wat andere gasten een heel erg mooie plaats, met uitzicht op het Chateau Veauce. Boerderijcamping La Chassagne behoorde vroeger tot het landgoed Veauce. De camping is uitstekend geoutilleerd. Zonder meer geweldig sanitair, hebben we thuis niet beter, een restaurant, en de mogelijkheid van een afhaalmaaltijd. Gijs en Irma, volgens Gijs is het Irma en Gijs, zit waarschijnlijk onder de plak, zijn de campinghouders. Zalige mensen, leven hier werkelijk als godin en god in Frankrijk, op een schitterende boerderij in de Auvergne aan een klotenpaadjetje. Eenvoudig te vinden, aangezien de coördinaten van de camping in het boekje staan.

Als Tommie aangeeft dat de bestemming bereikt is, zitten we er maar anderhalve kilometer vandaan. Donderdag gaan we naar Clermont-Ferrand. Clermont FD is een schitterende oude stad, waarvan het centrum vakkundig naar de bliksem geholpen is. Van alle prachtige antieke gevels hebben C&A, Galerie Lafayette en de HEMA, of, zoals zij in het Frans heet Monoprix, er het aanzicht van Spijkenisse aangegeven. Maar, het uitzicht op de Puy de Dôme, met haar top in een wolk vergoedt veel.

Terug op de camping besluiten we dat er vrijdag buiten de deur wordt gegeten. Gaan het restaurant bekijken, en besluiten dat het een afhaalmenu gaat worden. Het schitterende restaurant is gevestigd in een schuur die wordt verbouwd, en over twee jaar af moet zijn. Ik dus bij Irma van Gijs de afhaalmaaltijden bestelt. “Kan”, zei ze, “zijn er nog be-perkingen”, vroeg ze? “Twee” zei ik, “er zijn twee beperkingen”. “Welke”? “Ik heb weinig geld, en ik loop moeilijk, dus, als het gratis kan, en u komt het even langs brengen zou dat prettig zijn”. Mensen begrijpen mij niet. Geef ik eerlijk antwoord, hebben zij het over iets dat we misschien niet zouden mogen eten.

Vrijdag maken we een uitje naar Vichy. Bekend geworden als hoofdstad van de vrije Franse regering in ballingschap tijdens de tweede wereldoorlog. Eigenlijk meer berucht dan beroemt. Er zijn nog steeds mensen die denken dat heel Frankrijk door Duitsland werd bezet, maar niets is minder waar. Vichy kan in de tweede wereldoorlog belangrijk zijn geweest, geen mens daar weet dat nog. Wisten het volgens mij toen ook niet.

Geeft mijn Tommie daar de geest. De bevestiging aan de voorruit breekt af. Ga alle grote zaken af, maar een simpel onderdeeltje voor mijn TomTommetje kan daar niet worden geleverd, sterker nog, ze willen het niet eens weten. Haal die avond de maaltijden op, en dat mens blijkt heel erg lekker te kunnen koken. Canardpoten, volgens mij gewoon eend, een Franse zuurkoolschotel en een salade van groenten uit eigen tuin. Geweldig.
Gooien ruim de helft de vuilnisbak in en ik hoef tenminste niet af te wassen.

Als we zaterdagochtend wakker worden blijkt de lucht grijs te zijn. Opstappen? Yes, opstappen. Zonde om een dag langer door te brengen met minder goed weer, kun je beter gebruiken om door te trekken. Gaan naar Millau. Had ik al veel eerder heen gewild, maar kwam er eenvoudig niet van. Blijkt een goede keus. Is prettig rijden met wat bewolkt weer door een zeer mooi gedeelte van Frankrijk op een hoogte van gemiddeld 900 meter.

Millau is mooi! Zitten op een camping aan het riviertje de Dourbie, dat een paar honderd meter verderop uitmondt in de Tarn. Hebben het goed gedaan, want zondag is het prachtig weer. Kijken een beetje in de buurt, en wandelen naar Millau.
Op maandag rijden we de Gorges Du Tarn en genieten van elke meter. Doen onderweg nog even een cave aan voor een paar flessen goede wijn, en gaan weer naar de camping om ervan te genieten. Hebben Engelse buren. Heel aardige mensen.
Vertellen ons de volgende dag dat we in Engeland op de meeste campings kunnen worden geweigerd omdat we in een Ford Transit rijden en een veel te grote caravan hebben met alles erop en eraan. “The tink you ar gipsy’s ther”. Stomme Engelsen. Als ik op mijn gemak een biertje zit te drinken vraagt hij of het smaakt? “Yes, gipsy beer”, geef ik als antwoord. Vindt hij nog leuk ook?

Dinsdag de achtste kijken we een beetje rond, wandelen nog eens naar Millau, pinnen wat geld, en besluiten dat we maar eens naar Spanje moeten.
Doen we dus. Op woensdag de negende gaan we de ruim vierhonderd kilometer naar de beoogde camping bij Barcelona afleggen. Hopen op een mooie plaats aan het strand, maar zien het wel. Als we op Tres Estrellas aankomen, kunnen we uit de mooiste plaatsen kiezen. Staan een paar meter van het strand, en voel me als God in Spanje. Alle belangrijke letters Z komen hier uit. Zon, zee, zand, zerveza, zwhisky, zvodka, zvodsky, zriekie, zpummy, zmelk, zkoffie, zwater, teveel om op te noemen.

Hebben aardige buren. Henk en Thea. Komen uit Hoorn, maar daar kun je hen moeilijk de schuld van geven. Doen een paar dagen helemaal niets. Ruim tweeduizend kilometer gereden op ons gemak, en we genieten. Gaan nog wel even vrijdag wat boodschappen halen bij de Makro op zone Franca in Barcelona.
Laten ons pasje zien, en mogen er niet in. Gaan ze daar een verhaal ophangen? Snap er helemaal niets van. Mijn Spaans is een stuk minder dan mijn Frans, en daar begrijp ik al geen moer van. Besluit het te proberen in het Portugees, snappen we allemaal niet, en alles komt goed. Krijgen een speciaal pasje en kunnen gewoon boodschappen doen.

Terug op de camping begint het grote nietsdoen. Heel vervelend allemaal. Elke dag zonnen, naar de zee kijken, mensen observeren, een water met een tic er in drinken, kortom, genieten. Genieten en wachten op Fredy. Nathalie, was ook uitgenodigd, maar bleef toch maar liever zwanger zijn in Ypenburg.
Zondag gaan we met de auto naar de Carrer d Asturies, op zoek naar nummer 36, waar Koon Wai Chong zou moeten wonen. Koon Wai, oftewel Bibi kunnen we niet vinden. Jammer, Bibi is een schoolvriendinnetje van Nathalie en we hadden haar graag weer eens willen zien.

Op dinsdag 15 mei komt Fredy in de morgen aan op het vliegveld van Barcelona. Een weekje op visite bij haar ouders vindt ze heel erg leuk, en wij misschien nog wel leuker. Als we haar afgehaald hebben is ze helemaal weg van de camping en het uitzicht. Helaas heeft ze niet het onderdeeltje van tommetje bij zich, maar de ANWB had wel heel erg haar best gedaan het op tijd te leveren, we hebben het opgelost door de navigator alternatief te bevestigen.

Op woensdag gaan we met de stadsbus naar Barcelona. Is helemaal geweldig. Voor € 1,25 pp wordt je vanaf de camping op de Ramblas afgezet. Kopen daar tweedagen tour kaarten voor de Barcelona Bus Turistic en gaan meteen de verkeerde bus in. Rijdt niet de route die we wilden hebben. Gebeurt ons anders nooit? Zitten we in Ruta Sud, de blauwe route, en we wilden Ruta Nord, de rode route. Lossen we onderweg op door uit te stappen op de Plaça d Espanya en ruim twee kilometer te wandelen over de Grand Via Corts Catalanes naar de rode halte op de Barnes. Is toch wel een eind lopen voor een gehandicapte, maar, ik sla me er door heen.
Blijkt die halte vlak bij het vertrekpunt te liggen. Hebben we nog omgelopen ook? Maar oké, we komen bij de Sagrada Familia. Daar willen we bij de Mac D een sorbet. Nooit van gehoord? Nemen dan maar een ijsje en gaan dan door naar park Güell. Blijft daar adembenemend. Maken de route af langs Camp Nou, en gaan wandelen op de Ramblas.

Blijft toch apart. De zielige vogeltjes, de kunstenaars, het balletje-balletje spel, waar toch nog veel mensen in trappen, de hallen opzij van de Ramblas waar je heerlijke fruitsalades kunt kopen, en de Carrers nabij de Ramblas. Daar hoef je maar in te lopen en je kunt voor weinig geld lekker eten. Doen we uiteraard. Een hele dag sjouwen? Dan ga je niet meer koken. Zitten lekker te eten en drinken voor we met de bus terug naar de camping gaan.

Donderdag weer naar Barcelona en de dag volgemaakt met toeren en wandelen langs heerlijke plekjes. Op tijd terug want we worden moe. Vrijdag lekker genieten van een dag rust. Niets gedaan. Heerlijk bijkomen van twee dagen Barcelona. Fredy gaat lekker de zee in en geniet. Krijgt ook nog kennis aan een Marokkaan van Algerijnse afkomst en wordt uitgenodigd voor een avondje Barcelona. Begint ze uiteraard niet aan.

Zaterdag moeten we uiteraard naar het Monesterio de Montserrat. Een prachtige abdij, hoog in de bergen met geweldige uitzichten. Heel mooie bruidjes en ik wil weer trouwen. Riekie niet. Vindt het wel goed zo. Terug op de camping hebben we nog meer Nederlandse buren gekregen. Ben en Geri Rab.
Kamperen heel primitief in een twee jaar oude camper met dubbele achteras. “Ben Rab” zei hij. “Ik niet”, zei ik, ik ben niet meer zo rap. “Zo heet ik” zei hij. “O”! In de avond kwam hij buurten. “We zitten zonder stroom, hebben kortsluiting weet u misschien raad?”
Met buurman Henk even de Hymer nagekeken, maar konden niets vinden. De zekering van zijn stroomaansluiting sprong eruit als je maar iets aanraakte. Besloten zondag met daglicht wel even te kijken. Riek wilde weten of de camper mooi was. Toen ik zei dat het vrij donker in de camper was en ik niet zulke goede ogen meer heb als vroeger geloofde ze dat ik er geen moer van had gezien. Wel schiet het ons te binnen dat we nog een looplampje hebben en een extra koelbox die we niet gebruiken, en bezorgen Ben en Geri een licht in de duisternis en een koelkast voor haar bederfelijke spullen.

Fredy gaat zaterdagavond koffie drinken met haar Marokkaantje, die slechts zes jaar ouder is als haar eigen zoon, wat hij uiteraard niet geloofd, en is net als vroeger niet op tijd thuis.
De volgende dag krijg ik van Benny een handleiding en ga alles na. Een simpele handeling en ze hebben weer stroom. Kunnen alles weer gebruiken behalve de keukenkraan. Sluiting. Hadden ze al eerder gehad. Maar, ze hebben weer water in de douche, en ze kunnen het toilet weer doorspoelen. Ben nog een uur bezig om de satellietontvanger in te stellen, en toen hadden ze ook weer radio en tv.

Het lijkt misschien of die man een beetje sukkelde, maar ik weet niet wat ik zelf nog waard ben op mijn vierenzeventigste. Die zondag lekker in zee gezwommen met Fredy. Zag er wat tegenop. De zee bij Barcelona is niet zo schoon. Sterker nog, drie jaar geleden kwamen we er nog de inlegkruisjes tegen van mijn nichtje Yvonne, en die was er al zeven jaar niet meer geweest. Maar, de wind stond goed en geen kruisjes. Natuurlijk blijft het water er smerig.

Fredy is een echte vrouw. Maakt niet uit wat, waar en wanneer, maar het lukt haar gewoon nooit om haar mond te houden. Ze moet kletsen, ook als ze in zee zwemt, met als resultaat dat ze een paar keer flink water binnen krijgt. Rond zes uur komen Ben en zijn vrouw langs. Ze waren zo blij dat ik hen geholpen had dat er een fles wijn moest worden aangeboden. Heel lief uiteraard, maar ik wil dat nooit. Je doet iets voor een ander of je doet het niet. Maar de Texelaars uit Den Burg zijn zulke lieve mensen dat je ze gewoon niets kunt weigeren. Nemen de fles aan plus een Juttertje, en de mensen zijn blij.

Als ik maandagmorgen wakker wordt blijkt Fredy ziek te zijn. Heeft zoveel smerig zeewater binnen gekregen dat ze regelmatig heeft moeten overgeven in de nacht. Is er beroerd aan toe. Blijft lekker op bed en wordt door mamma verwend.
Ben komt ook weer langs met de boodschap dat de dealer van de camper zo terug kan bellen om aan te geven hoe de storing van zijn keukenkraan kan worden verholpen. Of ik hem even te woord kan staan en misschien de storing wil verhelpen. Ook dat komt goed, en de mensen zijn zo blij dat we met ze uit eten worden gevraagd. Doen we uiteraard niet, zeker niet met een zieke dochter waarvan we niet weten hoe ziek ze blijft. Komt gelukkig nog goed die dag.

Dinsdagmorgen zetten we haar af op het vliegveld. Terug op de camping breken we alles op en woensdag is het richting Madrid. De afstand vinden we te groot voor één dag en overnachten op een camping in Calatayud. Ergens op tweederde van de weg tussen Barcelona en Zaragoza geven borden aan dat we de 0 meridiaan van Greenwich gaan passeren, zodat het een uur vroeger zou moeten worden. Doen de Spanjolen niet aan mee, en wij zeker niet.

Blijven daar donderdag overstaan en ik repareer de lekke band van het neuswiel. Tegen de avond komen er nog heel wat mensen aan waaronder Nederlanders die ook bij ons in de buurt stonden in Barcelona, en een paar heel aardige mensen van Indische afkomst uit Den Haag. Peter en Yvonne. Kunnen we lekker mee kletsen.
Hij doet hetzelfde werk als ik, namelijk helemaal niets, en zij werkt nog. Blijkt een workaholic te zijn. Als we op vrijdag doortrekken naar Villaviciosa de Onón, een dorpje even ten westen van Madrid, staan alle Hollanders daar ook weer.

Zaterdag worden we door aardige buurtjes uitgenodigd mee te rijden naar het dorp en daar de bus te nemen naar Principe de Pio in Madrid. Doen we graag, en daar aangekomen hebben we geen idee waar we heen willen. Lopen wat rond, kopen een stadsplan, en worden door een heel aardige Madrileense op weg geholpen. Had zeker door dat we het niet helemaal snapten.

Op het metrostation van Plaça d Espanya kopen we een tienrittenkaart, en reizen met lijn 10 naar het station Santiago de Bernabeu. Als je daar bovenkomt sta je pal voor het stadion van Real Madrid. De derde keer dat ik onder de indruk kom van een voet-balstadion. Na de Kuip en het Camp Nou is dit het mooiste stadion in de wereld. Helaas mogen we er niet in aangezien Real die dag thuis moet spelen.
Bij het stadion kopen we twee kaarten voor de open stadstoerbus en laten ons rond rijden. Zien het koninklijk paleis, het Prado en stappen uit bij het Plaça Mayor. Een prachtig plein met een griezelige geschiedenis. Lopen wat door de smalle straatjes met leuke winkeltjes en nemen daarna de metro terug naar de bus en naar de camping.

Als onze aardige buurtjes een stuk later terugkomen blijken ze als dank een enorme deuk aan de achterkant van de auto te hebben. Hebben lange tijd op het politiebureau doorgebracht.
Zondag gaan we naar Toledo. Andere buren waarschuwen ons niet met de auto de stad in te gaan. De meeste straatjes zouden te smal zijn voor onze bus. Blijkt heel erg mee te vallen als we midden in de stad belanden aangezien we weer eens verkeerd rijden. Oké, we moeten de spiegels inklappen en de bochten van 300° zijn ook wel aardig scherp, maar na veertien keer steken komen we ook daar vlot doorheen.

Als we de bus net even buiten de stad parkeren lopen we op ons gemak het stadje door en bewonderen de fantastische bouwwerken, de straatjes en de pleintjes. Komen doodmoe terug bij de auto, Toledo is net als alle steden en stadjes in Spanje op vals plat gebouwd en ik loop me de schurft.

Maandag gaan we weer met de bus naar Madrid. Volgens mij is het bumperkleven in Spanje uitgevonden en tot kunst verheven. In ieder geval zijn de formule 1 piloten van de lijnbussen erop geselecteerd. Als ze verder dan één meter achter een ander voertuig af rijden worden ze ontslagen.
In Madrid nemen we de tijd voor het Prado. Als kunstliefhebber is dat voor mij de mooiste dag, is namelijk het museum gesloten. Uit de metro gekomen lopen we er door het prachtige Parque de Retiro naar toe. Op de zeer fraaie vijver waarvan de grote vissen om mijn brood vechten, wemelt het er van de roeibootjes. Bij het Prado aangekomen vinden we er eigenlijk geen moer aan en besluiten nog maar eens naar het Plaça Mayor te gaan. Vinden we de mooiste plek van heel Spanje tot nu toe.

We wandelen steil omhoog naar metrostation Banque d Espagne. Beneden in het station aangekomen blijkt de verlichting uitgevallen en aangezien ik de kleine treetjes in de lange donkere gang niet kan onderscheiden val ik dus prompt op mijn platte smoelwerk. Met vier dubbele botbreuken doe ik net of er niets aan de hand is, en lopen we verder naar de metro.

Dinsdag gaan we naar El Escorial. Een schitterende kathedraal die in een rots is gebouwd. Onderweg eet ik een stuk stokbrood met ham, kijk toevallig op de kilometerteller en merk dat ik vijftien kilometer nodig heb om dat brood weg te werken. Heb ik nu 15 km stokbrood op?
In Escorial lopen we een paar honderd treden op naar de kerk, en komen er daar achter dat we ook via een flauwe helling met de auto boven hadden kunnen komen. Na door een scanner te zijn gelopen die al afgaat als je rits open staat, bekijken we de hele boel van binnen inclusief het graf van Generalissimo Franco, en maken foto’s waar het niet mag. Kan, als je toestel geen flits nodig heeft. Via de hellingbaan weer terug naar de auto.

Zien onderweg een reetje de weg oversteken en rijden het schitterende natuurreservaat weer uit terug naar de camping. Horen daar van buren dat een stelletje oudjes, van een stuk over de zeventig maandag vroeg in de middag is aangekomen vanuit Nederland. Waren zaterdag vertrokken?

Woensdag de dertigste verder naar Córdoba. Hebben een camping gepland in Villafranca de Córdoba. Moeten afrit 377 hebben van de A4. Is lekker als je bij oprit 21 de weg op-komt. De volgende afrit is niet helemaal goed genummerd merk ik. Geeft afrit 25 aan? Later kom ik er achter dat de afritten helemaal niet zijn genummerd, maar het getal van de kilometer palen aangeven.
Ter hoogte van Valdepeñas zien we louter en alleen nog maar olijf- en wijngaarden. Zo geweldig uitgestrekt, dat ze maar besloten hebben om de vruchten niet naar de fabrieken te sturen, maar de fabrieken er maar heen gebracht hebben. Ontzaglijke wijn- en olijfolie opslagketels zien we daar langs de A4. Hebben ze in Nederland moeite met het doortrekken van de A4-zuid? Laat hem ophouden ergens in een weiland bij Delft? De Spanjolen lachen daarom, en hij loopt daar naar Portugal en dat is 2.000 km verder naar het zuiden!

Komen goed op de camping aan en hoeven geen gras te maaien, alle plaatsen zijn voorzien van een prachtige grintlaag.
Donderdag gaan we naar Córdoba. Voor we gaan krijgen we een sms’je van Nathalie waarin ze aangeeft dat de kleine prima in haar buik zit, ligt, trappelt, voetbalt en alles gaat goed.
In Córdoba aangekomen willen we naar de katholieke moskee, en vinden die in één keer. Helaas staan we aan de verkeerde kant van de Rio Guadalquivir. De Romeinse brug waar we overheen moeten is afgesloten voor alle verkeer in verband met restauratiewerk-zaamheden, en ik besluit dat het te ver lopen is als we daar parkeren.
Als we omrijden, komen we weer bij het gebouw uit, maar, we kunnen nergens de auto kwijt. Rijden door en mogen nergens afslaan. Als het na tien minuten wel mag weten we één ding zeker, we zijn in Córdoba, maar god mag weten waar. Besluiten de auto maar ergens neer te zetten en te voet verder te gaan. Lopen natuurlijk de verkeerde kant uit en als we eindelijk kunnen bepalen waar we zijn zien we dat we ongeveer zes kilometer moeten lopen, en dat is toch wel erg ver, want terug zal het niet veel korter zijn, vrees ik.
Gaan terug naar de auto en rijden naar de plaats waar ik de eerste keer niet wilde staan. Lopen het hele eind naar de moskee en moeten dan ook nog € 16,00 betalen als we naar binnen willen. Maar ja, het gebouw is zo bijzonder dat we het er graag voor over hebben. De kerk is eigenlijk geen kerk maar een moskee.
Toen de katholieken het gebied terugveroverden op de moslims, waren ze te lui om een eigen kathedraal te bouwen en pasten gewoon een paar dingen aan zodat ze een ruimte hadden om hun eigen diensten te houden en alle Islamitische attributen werden eenvoudig vervangen door Roomse.

Lopen een uurtje door het enorme gebouw, waar vroeger 25.000 gelovige moslims aanwezig konden zijn tijdens hun diensten. Vind ik wel erg veel mensen, maar besef dat moslims geen banken nodig hebben en tegen elkaar aan gevouwen liggen met hun hoofd richting Mekka, geloof ik. Kan ook Medina zijn.
Daarna besluiten we terug naar de camping te gaan en daar een dagje rust te houden voor we naar de Portugese kusten vertrekken. Heb inmiddels zulke grote klapkuiten gekregen van het lopen door alle steden, stadjes, kerken, gebouwen, hol op en hol af, trap op en af, dat ik volgend jaar in staat denk te zijn de vierdaagse van Nijmegen in één dag te lopen, en dan ook nog vroeg thuis te zijn.

Vrijdagmorgen blijken we weer een sms’je van Nathalie te hebben gekregen, met de boodschap dat ze weer ambtenaar is. De proefperiode zit erop en ze heeft een vaste aanstelling gekregen bij de RDW. Dat is helemaal goed nieuws, al had ik eerlijk gezegd niet anders verwacht, en zo begint de dag goed. Toiletten op de camping zijn goed maar raar. Heb nog nooit meegemaakt dat je de billen afveegt en het toiletpapier in een afvalbak moet gooien. De riolering kan geen papier aan. Hebben nog nooit van een pompgemaal gehoord?

Zaterdag 2 juni gaan we door naar Portugal. Op een camping een kleine 10 km over de grens denken we goed te staan. Wat een tyfusbende. Ben je in de Algarve, het rijkste gedeelte van Portugal, hebben ze op die camping alle armoedzaaiers ondergebracht. Kunnen die mensen ook niets aan doen, maar wij horen daar niet thuis. Besluiten er één nacht te blijven en dan te vertrekken naar een zeer luxe camping even voorbij Lagos.
Is maar honderd kilometer en doen het rustig aan. Tot, opeens zien we allemaal bejaarde Nederlanders die ons inhalen. Zie het even niet zitten. Zeg tegen Riekie “die gaan allemaal naar onze camping”. Even later zie ik de groep staan bij een tankstation, en trap onmiddellijk het gaspedaal in. Zie daarna geen Hollanders meer. Op de camping vinden we een geweldige plaats, ongeveer twee maal de afmetingen van alle andere plaatsen, dicht bij de toiletten en water naast de deur en nemen die in bezit.

Een uurtje later komen dus die Hollanders en moeten het met veel minder doen. Een groep van achttien bejaarde padvinders met caravan, die allemaal jaloers naar ons kijken. Blijken uit Twente en de Achterhoek te komen, en zijn volgens mij allemaal familie van Aadje Rooks.
Schreeuwen, lopen door andermans standplaatsen heen en vinden dat allemaal heel nor-maal. Als ik hen vertel dat ze niet uitgenodigd zijn en zeker niet welkom verzoek ik hen van mijn plaats af te blijven.
Ééntje probeert het nog eens en ik eis twee euro van haar. Vindt ze gek? “Waarom zou ik u betalen”, vraagt ze? Als ik haar uitleg dat ik voor het gebruik van mijn plaats moet betalen, en aangezien zij er mede gebruik van maakt als ze haar familie bezoekt, moet ze maar meebetalen. Blijkt net zo gierig als Rooks te zijn, want ook één euro vindt ze nog te duur. Er komt dus niemand meer door ons plekje.

Als we de goede winkel op de camping bezoeken komen we er weer achter dat Portugal wel Greenwich tijd heeft. Doen wij ook nu natuurlijk niet aan mee. Ben gekke Henkie niet! Zitten we midden in de Algarve, de temperatuur is 35° Celsius, en dan verwachten ze dat wij onze klokken naar wintertijd terug zetten? Nee, zij passen zich maar aan ons aan.
De winkel gaat in de middag om 16:00 uur open, maar wij gaan eigenwijs pas om 17:00 uur.

Hebben ook daar leuke buren, maar de man blijkt ziek te zijn. Heeft een ontsteking opgelopen en wordt daarvoor in een privékliniek behandeld. Moeten elke dag naar de kliniek, waar ze overigens uitstekend worden geholpen. Martin Straatman en Mieke?. Ze zijn niet getrouwd vertellen ze en wonen apart. Hij in Best, en zij in Eindhoven. Zijn wel veel samen.
Probeer ze nog te helpen met tv-signaal, maar het lukt niet. Wij hebben wel signaal, al ging het erg moeizaam, maar bij hen lukt het helemaal niet. Op maandag bezoeken we Lagos, waarvan de straatjes nog iets smaller zijn dan in Toledo, en gaan dan door naar Portimão. Dat stadje valt ons wat tegen en besluiten terug te gaan en lekker in de scha-duw te gaan zonnen. Is er veel te warm voor ons, en moeten maar even aan de hoge temperatuur wennen.

Op dinsdagmorgen moet ik nodig eerst naar het toilet, en hoor opeens mijn naam noemen. “Ton”? Blijkt een ex collega er zich staan te scheren. Peter Winkelhuizen, hoofd van het bedrijfsbureau van de sector waar ik als ambtenaar gewerkt heb in een vorig leven. Wist niet eens dat hij een baard had? Ha, die Peter zeg ik heel verbaast. Had nooit gedacht dat hij zo ver van huis durfde. Hoofden van afdelingen zijn meestal niet de slimste, díe zitten over het algemeen onder de top. Blijkt hij met een georganiseerde reis van de ACSI hier gekomen, en dan begrijp ik het. “Gaan morgen weer weg” zei hij.

Die dag gaan we naar het fort van Sagres, zien de Cabo de São Vicente met haar beroemde vuurtoren in de mist liggen terwijl wij in het zonnetje lopen en gaan daarna naar het strand vlak bij de camping. Parkeren daar op de enige vrije plaats dicht tegen het strand aan en het leven is mooi. Zonnen, zwemmen, boekje lezen, en we weten weer waarom we 2.461 km van huis vakantie zitten te liggen vieren. ’s Avonds komt Peter langs met een stoeltje onder zijn arm. “Ga naar de briefing”, zei hij. Krijgen daar te horen hoe we naar de volgende camping moeten rijden.
Typisch Peter, doet altijd en alleen maar wat hem gezegd wordt. Zal wel achter een ander aan rijden.

Woensdag 6 juni doen we alleen het strand. Heerlijk zonnetje met een zalig windje en we genieten. Donderdag is het bewolkt en daar zijn we blij mee. Temperatuur is nog steeds boven de 30° en onze huid kan wel wat schaduw gebruiken.
Besluiten naar Albufeira te gaan. Blijkt een goed idee te zijn want het is daar heerlijk gezellig. Vinden een mooie parkeerplaats op een openbaar parkeerterrein, en dan komt er een onduidelijk figuur die parkeergeld wil hebben? Mag zelf kiezen, € 1.50 of € 2,00. Zie vervolgens dat alle Portugezen automatisch betalen en geef dan € 1,50. Blijken ze de auto voor te bewaken. Riekie vindt in Albufeira eindelijk baby dingetjes voor ons nog on-geboren kleinkind en is de hemel te rijk. Ik geef haar genoeg geld mee en zoek voor mezelf een lekker bankje uit om mensen te kijken.

Je haalt de verschillende nationaliteiten er zo uit. De Engelsen zijn allemaal vet en hebben een rode kop, de Duitsers zijn allemaal chagrijnig en kijken naar de grond, de Nederlanders houden allemaal angstvallig hun tasjes vast, en de Portugezen zijn mooi tot een bepaalde leeftijd en daarboven heel erg lelijk, klein en krom.
Ook vrijdag is het zonnetje niet zo aanwezig en gaan we Cabo de São Vicente. Is daar berenleuk en lopen er wat rond langs allerlei kraampjes met goedbedoelde rotzooi, maar Riekie vindt weer iets voor de nieuweling die nog van de wereld niets afweet. Een slabbetje, ze betaald ook nog de prijs die gevraagd wordt, maar ik moet toegeven dat zelfs ík het mooi vind.

Zaterdag gaan we naar de markt in Lagos. Lopen een markthal in waar alle kraampjes het-zelfde verkopen, namelijk aardappels, groenten, fruit, kippen en konijnen. Heerlijk. Als Hollander kun je dan zo lekker alle prijzen vergelijken. Kan dan uren rondlopen. De hal ernaast is veel spannender. Verkopen ze vis. Zo’n veertig kraampjes verkopen er allemaal vis, en allemaal verkopen ze bijna alleen maar sardines. Op een gegeven moment begin ik te zien dat sardines echt niet allemaal op elkaar lijken. De oogopslag, de manier waarop ze je doodstil aan liggen te kijken, nee, niet alle sardines zijn gelijk. Heel spannend. Blijken er op het laatst in dezelfde hal ook nog kraampjes met vlees aanwezig. Lijkt me heerlijk, vlees die naar vis smaakt. Kan ik eindelijk zeggen dat wat ik gegeten heb geen vlees of vis was.

Zondag breken we op en gaan naar Nazaré. Een plaatsje waar veel Hollanders blijken te kamperen op de Orbitur camping. Zal wel niets met de prijs van tien euro te maken hebben. Doen er wat langer over dan gedacht. Ik wil graag rustig rijden, maar ga op de volgende doortocht toch maar wat harder.
Maandag de 11e rijden we eerst naar het plaatsje Nazaré. Een heel erg leuk plaatsje, met een gezellige boulevard, en een heel mooi strand. Portugal zien we heel anders dan drie jaar geleden. We vinden het nu wel heel erg mooi, en de mensen die je ontmoet en je moeten of beter gezegd willen bedienen zijn ongelooflijk vriendelijk en behulpzaam. Begin van het land en de inwoners te houden. Gaan ook nog naar Fátima. Jezus, moet als enige niet katholieke wel heilig verklaart worden. Ben twee maal in Lourdes geweest, twee maal in Santiago de Compostela, heb alle vijfentwintigduizend treden van de Sint Pieter beklommen en afgeslopen, en ben nu in Fátima geweest.

Niet die hockeyster, die Moreira de Melo, al zou dat misschien ook wel leuk zijn? Maar in het bedevaartsoord, waar Maria voor het eerst na haar dood verscheen aan drie Portugese kinderen. Moet wel een wonder geweest zijn? Als er een arm gebied is? Altijd een mirakel dat toeristen trekt. Moet je te voet naar Santiago de Compostela, naar Fátima moet je kruipend op de knieën. Heb ik zelf gezien.

Op dinsdag trekken we door naar Salamanca. Als ik ’s morgens half negen mijn tijd af wil rekenen, zegt de chagrijnige vrouw van de camping dat het pas om 9:00 uur hun tijd kan. Zou ik anderhalf uur moeten wachten. Ga ik niet doen dus. Heb de spullen van de caravan en de auto bij me, doe het geld wat ze krijgt er tussen en schuif alles onder de deur door. Gaat opeens de deur open en begint ze te schreeuwen. Ze krijgt nog twee persoonspasjes. Als we met de auto en caravan langs rijden klop ik op de deur, geef de pasjes en ik krijg mijn eigen ACSI-pasje terug van een zwijgende vrouw.

Zo, zou de eerste keer geweest zijn dat een vrouw mij zegt wat ik wel of niet mag doen?
De reis naar Salamanca gaat dwars door Portugal van west naar oost. We raken steeds meer onder de indruk van het land. Onderweg belt mijn zusje Sjaantje om te vertellen dat mijn zesentachtig jarige moeder in het ziekenhuis is opgenomen. Maar, gelukkig niets ernstigs en we hoeven er niet voor naar huis te komen.
Spanje en Portugal zijn werkelijk schitterend.

Komen bijtijds aan op een camping vlak buiten de stad. Op woensdag gaan we de stad bekijken maar op een paar mooie gebouwen na kan het ons niet bekoren. De stad is vies zonder echt vies te zijn, grauw, vervallen, en het Plaça Mayor stelt niets voor als je dat van Madrid al hebt gezien. Hebben binnen twee uur alles gezien wat enigszins de moeite waard zou kunnen zijn en gaan terug naar de camping. Donderdag gaan we naar Hendaye in Frankrijk.

In Hendaye aangekomen krijg ik zeer zwaar de pest in. Blijkt de afstandsbediening van de mover kwijt te zijn. Keren alles binnen en buiten, maar het is er niet meer. Moet hem ’s morgens bij het vertrek op de dissel hebben laten liggen. Heb een kwartier lang zwaar de pest in, meer tijd geef ik mezelf nooit. Gaat van mijn goede tijd af. Ik heb helaas niemand om de schuld te kunnen geven, en boos blijven op mezelf? Daar begin ik niet aan.

Besluit maar blij te zijn met de goede afloop van een bijna ongeluk waaruit we misschien niet levend weg waren gekomen. Een vrachtauto had niet opgemerkt dat er een file was ontstaan en denderde gewoon door. Zag pas heel laat dat iedereen zijn knipperlichten had aangezet, en kon ons ontwijken door op een andere rijbaan te sturen en voor ons weer op de weg tot stilstand te komen vlak achter een personenauto.
Manoeuvreer de caravan met de auto op zijn plaats, ben het nog steeds niet verleerd, en besluit lekker uit eten te gaan. Met dat vooruitzicht hebben we het weer naar ons zin. Camping Ametza ligt prachtig, met uitzicht op de Golf van Biskaje en de Pyreneeën. Het zijn ruime plaatsen en we kunnen weer Frans spreken. Niet dat we dat kunnen, maar de Fransen daar spreken het ook niet. Ze lullen daar Baskisch. Blijven er tot zondag en bekijken de omgeving. Het is er schitterend, en op zaterdag wippen we nog even de Spaanse grens over om wat drank voor Riek in te slaan en de tank vol te gooien. Scheelt allemaal teveel geld. Riek heeft overal dezelfde lokale drank kunnen krijgen. Ze heeft nu Franse, Spaanse, Portugese en de uit Nederland meegenomen vat 69 whisky kunnen proeven. Ik hou me het liefst bij de inheemse wodka. Al is het plaatselijke bier van de Carrefour naar Hollands recept ook niet te versmaden.

Als we zondag de 17e juni in regenachtig weer doortrekken naar het plaatsje Couhé, en komen daar in een paradijsje terecht. Camping Les Peupliers is in één woord fantastisch. De mensen zijn er zeer vriendelijk, gaan met iedereen mee om een plaats uit te zoeken, en als het moet helpen ze mee de caravans op hun plaats te zetten. De camping ligt aan beide zijden van het riviertje Le Dive, en is in het bezit van een heus zwemparadijs, met verwarmde baden en waterglijbanen voor grote en kleine mensen.
De grootste baan is voorzien van een installatie die het water van de baan verzorgt, en als er enkele minuten niemand door het infrarood gaat stopt de watervoorziening. De staanplaatsen zijn enorm, in het riviertje mag gevist worden, dus heb ik mijn hengel niet voor niets meegenomen.

De camping blijkt mee te dingen naar de titel topcamping 2007 van Campinglife. Moeten ze volgens mij makkelijk kunnen winnen. Het is in één woord idyllisch. De prijs is zeer redelijk. Je kunt betalen met campingcheques, ze doen mee aan de ACSI prijzen, en als je beiden niet hebt betaal je gewoon dezelfde prijs, namelijk € 14,00 per nacht.

Gaan maandag naar Poitiers, en vinden het een zeer mooie en gezellige stad. Zwerven uitgebreid door het centrum en genieten. Op de terugweg halen we wat boodschappen op een Centre commercial, waar je alles kunt kopen in mega grote zaken. Terug op de camping pak ik mij hengel en ga vissen. Vang natuurlijk bot, maar het is lekker kletsen met de buurman.
Dinsdag een rustige dag en blijven bijna de hele dag op de camping, ga weer vissen samen met de buurman. Hij vist met twee hengels en vangt dan ook twee maal zoveel als ik. We vissen met maïs, en ik denk dat de vissen dat niet lusten. Heb nog wat kunstaas met lood eraan en probeer dat maar eens.
Gaat veel beter als ik uitgooi. De eerste keer komt het kunstaas aan de overzijde van het riviertje midden in een speeltuin terecht, waar op dat moment gelukkig geen bejaarden speelden. Toen ik via het bruggetje het spul weer terug het riviertje ingooide haalde ik uit voor een tweede worp. Gooi nu stroomopwaarts het riviertje op. Kan er tenminste niets gebeuren.

Ken mijn eigen kracht niet denk ik. Op ca. tachtig meter afstand komt het spul toch aan de overzijde in de top van een boom terecht. Is het einde van mijn kunstaas en stap maar weer over op maïs. Heb die dag bijna beet. Een grote forel zwemt rakelings langs mijn aas zonder er zelfs maar naar te kijken.
Woensdag gaan we weer naar het Centre commercial, en bij Auchan ziet Riekie natuurlijk weer babykleertjes die ze niet kan laten hangen. Dit is het laatste dat ik koop zegt ze erbij voor de vierde keer deze vakantie.
Buiten gekomen zien we dat er ook een babyspeciaalzaak aan de overkant is. Gaan we niet heen zegt ze. Erbinnen gekomen is ze helemaal weg van een soort slaapzak. Kan het kind in zonder dekentje volgens haar. Enfin, dit is echt het laatste zegt ze. Het voordeel van een bus is dat je veel kunt meenemen, het nadeel is dat je ook veel mee terug kunt nemen.

Rond drie uur zie ik een bekende combinatie de camping opkomen. Peter en Yvonne uit Den Haag, die we eerder al bij Calatayud en Madrid op de camping zagen. “Blijven jullie nou”?, vraag ik ze, en heel verbaast kijken ze me aan. Is leuk. Zijn echt heel aardige mensen. Donderdag is het wat regenachtig, met soms wat zon. Is goed weer om mijn verhaal wat bij te schrijven.

Vrijdag gaan we door naar een camping boven Parijs.
Gaat niet vanzelf, het had geregend ‘s nachts en de grond is zeer drassig. Als de caravan is aangekoppeld, krijg ik hem nauwelijks van zijn plaats. De wielen slippen door, en we moeten de caravan weer loskoppelen. Met mankracht duwen we hem zo dat ik de auto gedeeltelijk op de verharde weg kan laten staan en koppelen de boel weer aan.

Zijn toch nog redelijk snel weg, moeten 466 km rijden naar camping Chateau de Sorel. Parijs levert één uur vertraging op, wat op zich nog wel meevalt, en we komen rond 15:00 uur aan op de plaats van bestemming. Weer treffen we een prima camping met goede voorzieningen. Besluiten niet te koken en gaan eten bestellen in het restaurantje.
Willen zondag thuis zijn, maar als het er zaterdagmorgen triest en fris aanvoelt hebben we aan een half woord genoeg, we gaan naar huis. Blijkt een goede beslissing, onderweg is het motregen, regen en stortbuien. Af en toe is er wat zon, maar dat mag weinig naam hebben.

In België komen we uiteraard net als op de heenweg weer in een file te staan die ons ruim drie kwartier kost. Wegwerkzaamheden hoorden we op de radio. Een file van vier kilometer. Kunnen niet rekenen, is ruim acht kilometer, en er werd net als op de heenweg geen moer gedaan. Op een plaats waar drie rijstroken en twee stroken van een afslag samenkwamen moest je van vijf naar één rijstrook, en er werd geen mallemoer gedaan?
Hebben zo de pest in dat ze geen tol mogen heffen dat ze hun uiterste best doen iedereen dwars te zitten. Gelukkig bestond de helft van de file uit Belgen.
Als we rond kwart voor vier thuis komen blijkt de nieuwe afstandsbediening van de mover niet de goede, en rijd ik de auto met caravan maar de tuin in, koppel hem los en duwen we met hulp het kreng op zijn plaats. Op de kilometerteller staan exact 98.400 km. Gingen weg om 7.916 km te rijden naar huis. Maar, elke kilometer was zeer de moeite waard.
Ben wel wat moe. Neem eerst maar eens een weekje vakantie. Maandag kom ik er achter dat de afstandsbediening wel goed is, maar ik heb het niet goed gedaan. Gebeurt me anders nooit?!
Kwestie van LVDH. Lees Verdomme De Handleiding!
Ton en Riekie

Dit bericht is geplaatst op 14 juni 2007 om 00:02 in de categorie van Ton.
Je kunt reacties op dit bericht volgen via de RSS 2.0 feed.
Je kunt naar het eind van dit bericht gaan en een reactie schrijven.
Pingen is momenteel niet toegestaan.

Schrijf een reactie